Artikel NLM vzw,
Natuur en Landschap Meetjesland jaargang 13 nr. 3 (2006), blz. 9-11
De gemeente Aalter wenst al lange tijd een industriezone te realiseren in het waardevolle landschap Woestijne, ten noorden van het kanaal Gent-Brugge en net naast de dorpskern van Aalter-brug. In 1993 werd het gebied trouwens aangekocht door de gemeente Aalter. Maar de ontwikkeling tot een industriegebied was tot nu toe niet mogelijk gezien de gewestplanbestemming nog steeds landschappelijk waardevol landbouwgebied is.
De provincie Oost-Vlaanderen wil hier nu op vraag van de gemeente Aalter verandering in brengen. Een voorontwerp provinciaal Ruimtelijk UitvoeringsPlan (RUP) werd in mei 2006 opgemaakt door de provincieraad. Een openbaar onderzoek werd opgestart. Natuur en Landschap Meetjesland en Natuurpunt dienden bezwaar in tegen het RUP. Ook de buurtbewoners dienden massaal bezwaar in. Het is nu aan de provinciale commissie ruimtelijke ordening (PROCORO) om de bezwaren te verwerken en een advies aan de provincieraad over te maken. Het was de intentie van de provincie om de PROCORO eind augustus een advies te laten formuleren zodanig dat het plan in september, juist voor de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen in oktober, definitief goedgekeurd kan worden. Het is onduidelijk of dit, gezien de vele bezwaren, zal gebeuren.
Sedert de goedkeuring van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (1999) is het de bevoegdheid van de provincie om regionale industriezones af te bakenen. De provincie kon pas concreet starten met de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen na de opmaak van een ruimtelijk structuurplan. In een ruimtelijk structuurplan wordt een globale visie voor de toekomstige ontwikkeling van de provincie opgemaakt. Hierbij is er zowel aandacht voor natuur, landschap, landbouw, wonen, industrie, handel, mobiliteit,... Het provinciale ruimtelijke structuurplan werd eind 2003 definitief goedgekeurd door de provincieraad. In dit plan werd onder meer bepaald dat er in Aalter 30 ha nieuwe industrie afgebakend kan worden. In het plan werd ook heel wat bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het gebied Woestijne en het kanaal Gent-Brugge.
Sedertdien is de provincie gestart met de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen voor de afbakening van de kleinstedelijke gebieden (o.a. Eeklo) en regionale industriezones in economische knooppunten (o.a. Maldegem en Aalter). Op 10 mei 2006 werd het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'afbakening van een regionaal bedrijventerrein te Aalter' door de provincieraad voorlopig vastgesteld. Een primeur voor de provincie Oost-Vlaanderen.
Voor de buurtbewoners en de milieubeweging is deze primeur niet het moment om de champagneflessen te ontkurken. Beiden zijn al jaren aan het protesteren tegen de komst van een industriezone in Woestijne. Beiden maakten nu ook een grondig bezwaarschrift op. Ze zijn vooral ontgoocheld in de provincie Oost-Vlaanderen. In plaats van een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken dat uitvoering geeft aan het Provinciale Ruimtelijke Structuurplan (PRS) koos de provincie ervoor om de gemeente Aalter te volgen. Gevolg is dat het voorliggende RUP niet alleen in strijd is met het Provinciale Ruimtelijke Structuurplan maar ook met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Maatschappelijk, maar ook juridisch, is dit volgens de milieubeweging onaanvaardbaar. NLM en Natuurpunt zien conflicten op gebied van:
NLM en Natuurpunt zijn vooral ook ontgoocheld in de afweging van de verschillende zoeklocaties. Een objectieve afweging van de verschillende mogelijke locaties voor een regionaal industriegebied werd niet uitgevoerd. Er werd veel te weinig aandacht besteed aan de negatieve effecten op de natuur, het landschap, hinder voor de buurt en de mobiliteit voor de site Woestijne. De enige reden die een keuze voor de site Woestijne kan verantwoorden is de mogelijkheid van kanaalgebonden industrie. NLM en Natuurpunt zijn echter van oordeel dat de toekomst van het kanaal Gent-Brugge voor scheepvaart (gezien de problemen om een goede doorgang in Brugge te realiseren) te onzeker is om hier sterk op te focussen. NLM en Natuurpunt wijzen er op dat het bovendien veel kostenefficiënter is en van een spaarzamer gebruik van de open ruimte getuigt om de bestaande industriezone op de linkeroever maximaal aan te wenden voor kanaalgebonden industrie. Er zijn daar nog heel wat ongebruikte mogelijkheden.
Gezien de realisatie van een regionale industriezone op de site Woestijne een zware impact kan hebben op natuur, landschap, water, mens en mobiliteit is het noodzakelijk dat een grondig milieu-effectenrapport (MER) opgemaakt wordt. Dit is verplicht vanuit de Europese wetgeving. Zowel minister Peeters als Van Mechelen wezen er recent in een antwoord op een parlementaire vraag op dat de opmaak van een MER een must is bij de afbakening van een regionaal industrieterrein. NLM en Natuurpunt dringen er dan ook aan op de opmaak van dergelijk MER vooraleer het plan definitief goed te keuren.