Artikel Marc Spanhove,
Natuur en Landschap Meetjesland jaargang 4 nr. 3 (1997), blz. 5-6
Verkoopt men de huid van de beer niet voor dat hij geschoten is? De militaire overheid heeft nog geen beslissing genomen omtrent de verkoop van het militaire vliegveld. Enkele jaren terug heeft de toenmalige Minister van landsverdediging in een hoorzitting te Maldegem ook eens gesuggereerd dat de militairen hun domein te Ursel zouden afstoten. Toen werd door de toenmalige moderator gesuggereerd het vliegveld in te kleuren op het gewestplan met dezelfde kleuren als de omgeving, nl. lichtgroen + de N van natuurgebied. Het vliegveld is om nu nog onbekende redenen niet afgestoten door de militairen. In de veronderstelling dat het militair domein zou verkocht worden, zullen verscheidene administratieve instanties hun fiat nog moeten geven omtrent de omvorming naar burgerluchtvaart, rekening houdend met de omgeving (natuur, woonomgeving).
Indien we het huidig kaartmateriaal erbij nemen, merken we dat het militair domein:

Het Drongengoed (militair domein inbegrepen) wordt voorgesteld als habitatgebied in uitvoering van een richtlijn i.v.m. de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. (Richtlijn 92/43/EEG - publicatie 22/07/1992). Onder natuurlijke habitats wordt verstaan: land- of waterzones met bijzondere geografische, abiotische en biotische kenmerken, en die zowel geheel natuurlijk als halfnatuurlijk kunnen zijn. Deze richtlijn heeft tot doel bij te dragen tot het waarborgen van de biologische diversiteit door het instandhouden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beoogt de instandhouding of het herstel van wilde dier- en plantensoorten.
In mensentaal wil dat zeggen dat het Drongengoedbos op Europees niveau een belangrijke functie te vervullen heeft voor onze planten en dieren in hun leefomgeving. Indien andere plannen dit habitatgebied aantasten, dan moeten er compenserende maatregelen genomen worden.
In de bijlagen van het B. Vl. Reg. houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM) zijn de milieukwaliteitsnormen en richtwaarden voor geluid in open lucht opgenomen: voor landelijke gebieden zijn de richtwaarden overdag 40 dB(A), 's avonds 35 dB(A), 's nachts 30 dB(A). Deze richtwaarden zullen vermoedelijk vaak overschreden worden, indien burgerluchtvaart wordt toegelaten.Uit onderzoek van een geluidmeting van de provincie in 1991-1992 blijkt dat de sportvliegerij in het gebied 53 keer de richtwaarden overschreed (geluidsniveau van 57 tot 65 dB(A)). Deze geluiden en bewegingen hebben een nadelige invloed op de broedkansen van de havik, die men eigenlijk toch wel zou mogen verwachten in zo'n uitgestrekt bosgebied. Lawaai zou de sociale contacten binnen dezelfde diersoorten en de prooi/roofdier-relaties kunnen ontregelen. Vele diersoorten zijn sterk afhankelijk voor het jagen of voor de voortplanting van geluidssignalen. Lawaai is een deel van het achtergrondgeluid dat de dieren geen zinvolle informatie geeft. Je kan dit lawaai beschouwen als een soort ruis.Het bosdecreet stelt in art. 97§1 punt 7 dat in alle openbare bossen verboden is de rust in het bos en van de bezoekers op welke wijze ook te verstoren. De doorsnee wandelaar ervaart de stilte en de rust als zeer waardevol. Rustverstoorders worden dan ook zoveel mogelijk geweerd uit het bos: radio's, motorvoertuigen,... Moeten wij als Meetjeslanders op zoek gaan naar andere stiltegebieden buiten onze regio? Naar de Ardennen misschien? Naar de waddeneilanden? Welke financiële consequentie heeft dit niet voor de gewone modale Meetjeslander?
De inplanting van een burgerluchthaven zal een belangrijke invloed hebben op plant- en diersoorten:
Vlaanderen bezit ongeveer 8% bos, Oost-Vlaanderen is op één na de minst beboste provincie. (Ongeveer 4% van de oppervlakte). Bosaantasting in Oost-Vlaanderen is even erg als de aantasting van het oerwoud in Brazilië. In Oost-Vlaanderen kunnen we niet meer aanvaarden dat het bosareaal vermindert. Integendeel. De Europese Gemeenschap stimuleert bebossing in het Vlaamse Gewest. Bossen kunnen de productieoverschotten in de landbouw terugdringen, leveren een aanzienlijke bijdrage aan het leefmilieu (minder gebruik van meststoffen en biociden - het hout houdt voor jaren de CO2 vast), verfraaien het landschap en schenken ons recreatiemogelijkheden, schone lucht en rust. Deze niet onbelangrijke voordelen zijn moeilijk te becijferen. Daardoor wordt het bos enkel maar economisch bekeken in functie van de houtproductie en strooiselproductie. Deze beperkte economische benadering zorgt ervoor dat het bos vaak verlieslatend is.
Bosuitbreiding en bosonderhoud biedt ook aan laaggeschoolden de mogelijkheid werk te vinden in eigen streek. Voor de natuur- en milieuminnende mensen is het beter 1 vogel in de hand dan 10 vliegtuigen in de lucht. Voor ons wegen de economische argumenten niet op tegen het verlies van belangrijke natuurwaarden.