Nieuwe kansen voor windmolens in het Meetjesland

 

Nieuwe kansen voor windmolens in het Meetjesland
Pleidooi voor een doordachte aanpak 

Artikel NPM vzw, Natuur en landschap Meetjesland jaargang 16 nr.1 (2009)

Iedereen kent ze in het Meetjesland: de windmolens van Eeklo. Al in 1999, lang voordat klimaat een hype werd, trok Eeklo al de kaart van windenergie. De andere gemeenten volgden niet. Een regionaal windplan werd opgemaakt door het Streekplatform+ Meetjesland. De uitvoering kwam echter niet van de grond. Nochtans is de belangrijkste voorwaarde voor windmolens in het Meetjesland in grote mate aanwezig: wind.

Recent zien we 2 nieuwe tendensen. Energiebedrijven streven meer en meer naar de plaatsing van windmolens. Dit is een duidelijk signaal dat windenergie op land rendabel is. Bovendien nam de provincie het initiatief om een windplan op te maken. Via dit windplan probeert de provincie de plaatsing van windmolens te stimuleren maar vooral ook te structureren. Dit is een positief initiatief. Niet alleen kan dit de gewenste stimulans geven voor nieuwe projecten op locaties waar windmolens goed inpasbaar zijn in de omgeving. Het windplan zorgt er ook voor dat er geen windmolens kunnen komen in zones waar dit niet wenselijk is. Dit neemt niet weg dat er nog een aantal kritische bedenkingen geformuleerd kunnen worden bij de voorziene zoekzones. 

 

Op zoek naar alternatieve electriciteitsproductie 

Iedereen is ervan overtuigd dat onze elektriciteitsopwekking de komende jaren drastisch gewijzigd moet worden. Kernenergie willen we liever afbouwen: een 100% veilige kerncentrale bestaat niet en voor het hoogradioactief afval is er nog steeds geen duurzame oplossing. Bovendien is kernenergie duur wanneer alle kosten aangerekend worden. Elektriciteitsproductie op basis van fossiele brandstoffen willen we ook beperken. Ook hier is de grondstof eindig en moeten we deze aankopen in het buitenland. Bovendien is energieopwekking op basis van fossiele brandstoffen nefast voor het klimaat.

Hoe kunnen we het in de toekomst dan wel aanpakken. De eerste boodschap is duidelijk energie besparen. In tweede instantie willen we dat de klassieke centrales zo schoon mogelijk produceren. Ook de inzet op warmtekrachtkoppeling is belangrijk. Via deze techniek combineren we verwarming van gebouwen en electriciteitsopwekking. Dit verhoogt de efficiëntie sterk. Ook hier is Eeklo een belangrijke pionier met een experiment in het stedelijk administratief en technisch centrum.
Daarnaast is een grotere inzet van alternatieve energie belangrijk. Zonne-energie is momenteel sterk in ontwikkeling. Allerlei nieuwe systemen komen op de markt en wij zijn zeker niet aan het einde van de ontwikkelingen. Het belangrijkste voordeel van zonne-energie is dat er bijna geen nadelen aan zijn. Een minpunt aan zonne-energie is dat de efficiëntie voorlopig nog beperkt is: een fotovoltaïsch zonnepaneel produceert ongeveer 8 keer meer energie dan de energie die noodzakelijk is voor productie van het zonnepaneel. Wetenschappers beloven echter een verdere ontwikkeling op middellange termijn. Dit neemt niet weg dat, mede dankzij de steun vanuit de overheid, de aanleg van zonnepanelen door particulieren nu al rendabel is. Natuurpunt startte dan ook het project ‘zonnen voor meer natuur’ op.
Windenergie is heel wat efficiënter. Een windmolen produceert tot 80 keer meer energie dan de vereiste energie voor productie en onderhoud van de windmolen. Het is echter duidelijk dat een windmolen voor een grotere impact (landschap, avifauna, geluid, slagschaduw,…) zorgt dan zonnepanelen. Biomassa is ook een mogelijkheid maar de productie van biomassa voor energie vergt ruimte. Vanuit de natuur- en milieubeweging hebben we liever dat deze ruimte in eerste instantie gereserveerd wordt voor het behoud van een duurzame voedselproductie en herstel van de natuurkwaliteit.

 

Windmolens: klein en groot 

De gemiddelde jaarproductie van één grote windmolen levert elektriciteit voor 1.000 à 1.500 gezinswoningen. Dergelijke windmolens zijn niet alleen technologisch zeer hoogstaand. Het zijn ook enorme constructies van 80 tot 130 m (tiphoogte) met wieken van 60 tot 80 m diameter. Grote windmolens produceren 1,8 MW tot 5 à 6 MW. Dit is voldoende om 1.000 tot 4.500 gezinnen elektriciteit te leveren. Tegenwoordig zijn er ook kleinschalige windmolens op de markt. Deze windmolens zijn kleiner dan 15 m. Hun jaarproductie blijft beperkt tot maximaal 2.000 KWh.
Het is duidelijk dat de impact van een grote windmolen veel groter is dan van de kleinschalige windmolens. Maar de impact van 1 grote windmolen is anderzijds veel kleiner dan die van 1.500 à 2.000 kleinschalige windmolens. De provincie vindt kleine windmolens aanvaardbaar op industrieterreinen. In woongebieden en open-ruimtegebieden zijn kleine windmolens minder wenselijk en stelt de provincie een strenger vergunningenbeleid voor. 

 

Waar zijn grote windmolens niet welkom in Oost-Vlaanderen? 

Het is duidelijk dat windmolens niet overal wenselijk zijn. Een aantal gebieden zijn te kwetsbaar om de inplanting van deze grootschalige machines te verantwoorden. De provincie wenst dan ook geen windmolens te vergunnen in:

  • beschermde natuurzones zoals de Vogelrichtlijngebieden, de Habitatrichtlijngebieden, de VEN-gebieden en de Vlaamse en de erkende natuurreservaten
  • enkele waardevolle gebieden zoals de bosgordel Maldegem-Stekene, het kreken- en poldergebied en de beboste toppen van de Vlaamse Ardennen
  • beschermde landschappen en ankerplaatsen opgenomen in de landschapsatlas
  • de directe woonomgeving
  • stiltegebieden en potentiële stiltegebieden 

 

Zoekzones voor grote windmolens 

De provincie kiest er uitdrukkelijk voor om windmolens te clusteren in gebieden waar al een belangrijke impact is. De provincie denkt hierbij aan:

  • de stedelijke gebieden en de specifiek economische knooppunten (o.a. Aalter, Eeklo en Maldegem)
  • de grootschalige waterlopen
  • het hoofdwegennetwerk alsook de primaire en de secundaire wegen
  • het hoofdspoorwegennet
  • het hoogspanningsnetwerk
  • aanwezige of geplande hoge infrastructuren (o.a. grootschalige bedrijfsgebouwen (schouwen), haveninfrastructuren of hoogspanningsmasten)

Belangrijk is natuurlijk ook dat er veel wind is. Op dit vlak is het Meetjesland een prioritair gebied. In het Meetjesland wordt dan ook prioritair gedacht aan de bedrijventerreinen van Eeklo, Maldegem en Aalter én de Gentse Kanaalzone. Ook in agrarische gebieden aansluitend aan de kernen wordt door de provincie geselecteerd. Kansen ziet men ook langs de belangrijke lijninfrastructuren E40, N49 (Zelzate-Maldegem), het afleidingskanaal van de Leie en het kanaal Gent-Brugge. 

 

Het windplan gewikt en gewogen 

De opmaak van het windplan is doordacht aangepakt. Het is duidelijk dat we de keuze om windmolens prioritair te realiseren op de industriegebieden in Eeklo, Aalter en Maldegem, langs de E40 (o.a. te Nevele en Drongen) en de N49 (Eeklo-Maldegem en Assenede) ondersteunen. De keuze om geen windmolens te realiseren in natuur- en woongebied ondersteunen we natuurlijk ook. Het lijkt ons ook een goede keuze om geen windmolens in het krekengebied te plaatsen. De landschappelijke impact zou er te groot zijn.

We hebben wel bedenkingen om een zoekzone langs het kanaal Gent-Brugge te voorzien en niet langs het Schipdonkkanaal tussen Zomergem en Eeklo. Landschappelijk is het kanaal Gent-Brugge veel waardevoller, mede omdat dit kanaal grotendeels gegraven is in een natuurlijk waterlopenstelsel. Mogelijk is de impact op avifauna hier ook groter. We stellen daarom voor om de zoekzone in de open-ruimtegebieden langs het kanaal Gent-Brugge te schrappen of ten vroegste te ontwikkelen wanneer alle andere zoekzones al ingevuld zijn én er nog bijkomende nood is aan windmolens. Bijkomend onderzoek naar de impact van windmolens langs het kanaal Gent-Brugge op landschap en avifauna is volgens ons alvast essentieel vooraleer over te gaan tot concrete realisaties langs het kanaal Gent-Brugge.

We dringen erop aan dat de provincie samen met de gemeenten concrete acties opstart. Het lijkt ons ook wenselijk om windmolens vooral te realiseren op gronden van de overheid. Indien nodig dient de overheid de gronden noodzakelijk voor de realisatie aan te kopen en/of te onteigenen. Op die manier kan de overheid de realisatie en uitbating van windmolens maximaal sturen en kunnen de negatieve effecten tot een minimum beperkt worden. Ook de betrokkenheid van de bevolking kan gestimuleerd worden. De windmolens in Eeklo hebben aangetoond dat een dergelijke aanpak succesvol is. Ook de inkomsten gaan hierdoor naar de overheid [n.v.d.r.: windmolenuitbaters voorzien 25.000 à 40.000 euro per jaar voor 1 windmolen). Deze inkomsten kan de gemeente inzetten voor bijkomende initiatieven rond rationeel energiegebruik. 

 

Verdere actie gevraagd! 

Een kleine 10 jaar na de realisatie van de eerste windmolens in het Meetjesland is het wenselijk dat dringend verdere initiatieven genomen worden. De kansen zijn groot om een aanzienlijk deel van de elektriciteitsbehoefte van het Meetjesland te realiseren via windmolens. We pleiten wel uitdrukkelijk voor een doordachte aanpak gestuurd door de overheid. Een wildgroei moet vermeden worden. Het provinciaal windplan is hiervoor, mits beperkte aanpassingen, een goede basis. Het is nu aan de verschillende gemeenten om hun verantwoordelijkheid op te nemen.

 

---------------------------------------------------------------------------

Zijn windmolens een probleem voor avifauna? 

De impact van windmolens op avifauna is nog steeds niet goed gedocumenteerd. Het is duidelijk dat vogels, maar ook vleermuizen schade kunnen ondervinden van botsingen met windmolens. Er is echter nog altijd onduidelijkheid over de grootte van deze impact. Zo is het onduidelijk of de vogels hun vliegbeweging aanpassen bij de komst van windmolens.
Na jarenlange observaties in Denemarken is men tot de conclusie gekomen dat ongeveer 6 vogels per jaar per windturbine gedood worden. In Vlaanderen werd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) onderzoek gedaan naar de impact van windmolens op avifauna. 7 windmolenparken werden hierbij grondig bestudeerd. Het gemiddeld aantal vogelslachtoffers varieerde van 1 tot 42 slachtoffers per turbine per jaar. De meeste slachtoffers waren algemeen voorkomende lokale vogels, maar ook meer kwetsbare soorten werden als slachtoffer genoteerd. Op populatieniveau zou de impact van windmolens beperkt zijn. In vergelijking met het aantal slachtoffers dat valt door jacht, hoogspanningsleidingen en door het verkeer is de impact van windmolens alvast miniem.
Dit neemt niet weg dat het niet wenselijk is om nieuwe windturbineparken nabij belangrijke broed-, pleister-, rust- en doortrekgebieden van vogels en vleermuizen te plaatsen.

 

------------------------------------------------------------------------------

Windmolenproject langs kanaal Gent-Brugge 

Door Electrawinds NV werd een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning ingediend om langs het kanaal Gent-Brugge op het grondgebied van Nevele, Zomergem en Lovendegem een windmolenpark met 10 grootschalige windmolens te realiseren. Door Natuurpunt afdeling Zomergem, Lovendegem en Nevele werd een bezwaar ingediend tegen deze aanvragen. De afdelingen zijn van oordeel dat de impact van de windmolens op de landschappelijke kwaliteit van het gebied te groot is. De afdelingen wijzen er ook op dat in de winterperiode vaak grote aantallen watervogels (diverse eendensoorten) en weidevogels en steltlopers (kievit, wulp, kemphaan, …) voorkomen in het gebied waar de windmolens gepland zijn. Ze vragen degelijk wetenschappelijk onderzoek over het voorkomen van avifauna en de mogelijke impact van windmolens op de avifauna vooraleer dergelijk project toe te laten.